Bollen planten: zo geniet je straks van een kleurrijke tuin
Bloembollen planten is een eenvoudige manier om je tuin, terras of balkon kleur te geven. Met een beetje voorbereiding verschijnen er in het voorjaar of de zomer bloemen die jaar na jaar opnieuw voor sfeer zorgen. Het belangrijkste is om de juiste bollen op het juiste moment te planten en rekening te houden met de standplaats en de bodem.
Wanneer plant je bloembollen?
De meeste voorjaarsbloeiers plant je in het najaar, vóór de grond hard wordt door vorst. Denk aan tulpen, narcissen, krokussen, blauwe druifjes en sieruien. Plant ze bij voorkeur vanaf september tot en met november. Krokussen en narcissen kunnen vaak al vroeg in het najaar de grond in; tulpen plant je doorgaans wat later, wanneer de bodem is afgekoeld.
Zomerbloeiende bollen, zoals dahlia’s en gladiolen, zijn meestal niet winterhard. Plant ze in het voorjaar, zodra de kans op strenge nachtvorst voorbij is en de bodem wat warmer wordt. Volg bij twijfel de aanwijzingen op de verpakking: de ideale plantperiode kan verschillen per soort.
De juiste plek en bodem
De meeste bloembollen groeien goed op een zonnige plek of in lichte halfschaduw. Kijk voor je plant ook naar de bloeitijd en de hoogte van de bloemen. Lage soorten staan mooi langs een tuinpad of vooraan in een border, terwijl hogere soorten beter tot hun recht komen tussen vaste planten of achteraan in een bloemenperkje.
Een goed doorlatende bodem is belangrijk. In natte grond kunnen bollen rotten, zeker tijdens de winter. Maak zware, compacte grond los en meng er eventueel compost door. Blijft er vaak water staan, kies dan een verhoogd plantvak of een plek waar het water beter kan weglopen.
Hoe plant je bloembollen?
- Maak de grond los. Verwijder onkruid en stenen en maak de bodem rul.
- Plant op de juiste diepte. Als vuistregel plant je een bol ongeveer twee tot drie keer zo diep als de bol hoog is. Controleer voor precieze richtlijnen de verpakking.
- Zet de bol met de punt naar boven. Is de boven- en onderkant moeilijk te herkennen, plant de bol dan op zijn zijkant. De scheut vindt meestal zelf zijn weg naar boven.
- Houd voldoende afstand. De aanbevolen plantafstand verschilt per soort. Voor een natuurlijk effect mag je bollen in kleine groepjes planten, met hier en daar wat variatie in de afstand.
- Dek de bollen af en geef water. Vul het plantgat met aarde en druk die zachtjes aan. Geef water als de grond droog is.
Plant bloembollen liever niet in een lange, rechte rij als je een losse, natuurlijke uitstraling wilt. Strooi ze op de plek waar je ze wilt planten en zet ze in de grond waar ze terechtkomen. Groepjes van dezelfde soort geven vaak een voller en opvallender resultaat.
Bollen in potten planten
Ook op een terras of balkon kan je genieten van bloembollen. Gebruik een pot met drainagegaten en vul die met luchtige potgrond. Leg eventueel een potscherf over het drainagegat, zodat het niet verstopt raakt. Plant de bollen dicht genoeg bij elkaar voor een volle bloei, maar laat ze elkaar niet raken. Zet de pot op een plek waar overtollig water vlot kan weglopen.
Potten drogen sneller uit dan volle grond. Controleer ze daarom geregeld, maar geef niet te veel water: de potgrond mag licht vochtig zijn, niet kletsnat. Bescherm potten bij strenge vorst eventueel tegen extreme kou, bijvoorbeeld door ze beschut te plaatsen of in te pakken.
Na de bloei
Verwijder uitgebloeide bloemen, zodat de plant geen energie steekt in zaadvorming. Laat het blad wel staan tot het vanzelf geel wordt en afsterft. Via het blad slaat de bol energie op voor de bloei van het volgende jaar. Knip het blad dus niet meteen na de bloei af.
Sommige bollen komen jaar na jaar terug, terwijl andere soorten na enkele seizoenen minder uitbundig bloeien. Narcissen, krokussen en blauwe druifjes verwilderen vaak goed. Tulpen bloeien niet altijd even sterk opnieuw, afhankelijk van de soort en de omstandigheden. Geef de bollen na de bloei rustig de tijd om zich te herstellen.
Een paar handige tips
- Plant bollen bij voorkeur zo snel mogelijk na aankoop en bewaar ze tot dan koel, droog en donker.
- Combineer soorten met verschillende bloeitijden voor kleur van het vroege voorjaar tot in de zomer.
- Plant voor een natuurlijke tuin ook bollen onder bladverliezende struiken of tussen vaste planten.
- Gebruik eventueel speciale plantmandjes als je bollen later makkelijk wilt terugvinden of verplaatsen.
Met de juiste planttijd, een goed doorlatende bodem en wat geduld is bollen planten een kleine klus met een groot resultaat. Plant verschillende soorten en bloeitijden door elkaar en je tuin wordt ieder seizoen opnieuw een verrassing.
Veelgestelde Vragen over het Planten van Bloembollen
- Wanneer plant je bloembollen?
- Hoe diep moet je bloembollen planten?
- Met welke kant naar boven plant je een bloembol?
- Hoeveel afstand laat je tussen bloembollen?
- Kan je bloembollen in potten planten?
- Wat doe je met bloembollen nadat ze uitgebloeid zijn?
Wanneer plant je bloembollen?
De meeste bloembollen die in het voorjaar bloeien, zoals tulpen, narcissen en krokussen, plant je in het najaar, meestal van september tot november en vóór de grond bevriest. Zomerbloeiende bollen, zoals dahlia’s en gladiolen, plant je in het voorjaar, zodra de kans op strenge nachtvorst voorbij is. De ideale planttijd verschilt per soort, dus controleer ook de aanwijzingen op de verpakking.
Hoe diep moet je bloembollen planten?
De meeste bloembollen plant je op een diepte van ongeveer twee tot drie keer hun eigen hoogte. Een bol van 5 cm hoog komt dus doorgaans 10 à 15 cm diep. De precieze plantdiepte verschilt per soort; raadpleeg daarom de verpakking. Zet de bol met de punt naar boven en plant ze in goed doorlatende grond, zodat ze niet te nat komt te staan.
Met welke kant naar boven plant je een bloembol?
Plant een bloembol met de puntige kant naar boven en de platte kant, waar de wortels verschijnen, naar beneden. Is het niet duidelijk welke kant boven is? Leg de bol dan op zijn zij: meestal vindt de scheut vanzelf haar weg naar boven.
Hoeveel afstand laat je tussen bloembollen?
De afstand tussen bloembollen hangt af van de soort en de grootte van de bol. Als algemene richtlijn laat je tussen grote bollen, zoals tulpen en narcissen, ongeveer 8 à 12 cm ruimte; kleinere bollen, zoals krokussen en blauwe druifjes, plant je zo’n 3 à 6 cm uit elkaar. Wil je een volle, natuurlijke bloemenpracht, dan mag je ze wat dichter bij elkaar zetten, zolang de bollen elkaar niet raken. Raadpleeg bij twijfel de plantinstructies op de verpakking.
Kan je bloembollen in potten planten?
Ja, bloembollen kan je perfect in potten planten. Kies een pot met drainagegaten en gebruik luchtige potgrond, zodat overtollig water goed kan weglopen en de bollen niet gaan rotten. Plant de bollen op de aanbevolen diepte en laat wat ruimte tussen de bollen en de rand van de pot. Zet de pot op een plek die past bij de gekozen soort en geef water wanneer de potgrond droog aanvoelt, maar vermijd dat ze kletsnat blijft.
Wat doe je met bloembollen nadat ze uitgebloeid zijn?
Knip de uitgebloeide bloem weg, maar laat de bladeren staan tot ze vanzelf geel worden en afsterven. Zo kan de bol voedingsstoffen opslaan voor een volgende bloei. Geef de plant ondertussen water zolang het blad nog groen is. Zijn de bladeren afgestorven, dan kan je de bollen in de grond laten zitten als ze winterhard zijn. Niet-winterharde bollen, zoals dahlia’s, haal je uit de grond en bewaar je vorstvrij, koel en droog tot het volgende plantseizoen.

