Lavendel: een geurige blikvanger in de tuin

Lavendel is geliefd om haar paarse bloemen, heerlijke geur en mediterrane uitstraling. Deze sterke tuinplant trekt bijen en vlinders aan en past zowel in een bloemenborder als in een pot op het terras. Met voldoende zon en een goed doorlatende bodem groeit lavendel doorgaans makkelijk.

De juiste plek en bodem

Lavendel houdt van een zonnige, warme standplaats. Hoe meer zon de plant krijgt, hoe rijker ze meestal bloeit en hoe sterker de geur van de bladeren en bloemen. Kies bij voorkeur een plek waar regenwater vlot kan wegzakken. Lavendel verdraagt geen langdurig natte grond, zeker niet in de winter.

Een luchtige, goed doorlatende bodem is ideaal. Is de tuingrond zwaar of kleiachtig, verbeter dan de afwatering door er grof zand of fijn grind door te mengen. In een pot zijn drainagegaten onmisbaar. Gebruik potgrond die goed afwatert en laat de pot niet in een laagje water staan.

Lavendel planten

Lavendel kan je planten in het voorjaar of in het najaar, zolang het niet vriest en de grond niet kletsnat is. Graaf een plantgat dat ongeveer even diep is als de kluit en maak de grond rondom goed los. Geef na het planten water, zodat de wortels contact maken met de bodem. Eens de plant goed is aangeslagen, heeft lavendel doorgaans weinig extra water nodig.

Wil je een haagje of een aaneengesloten rand aanplanten? Houd dan voldoende ruimte tussen de planten. De ideale afstand hangt af van de soort en de gewenste vorm, maar reken vaak op ongeveer 30 tot 45 centimeter.

Water geven en bemesten

Jonge lavendelplanten hebben tijdens droge periodes wat extra water nodig. Geef liever af en toe een flinke gietbeurt dan elke dag een klein beetje. Gevestigde planten kunnen goed tegen droogte en hebben in volle grond meestal alleen water nodig tijdens langdurig warm en droog weer.

Lavendel heeft weinig voeding nodig. Te veel mest kan zorgen voor veel bladgroei en minder bloemen. Een voedselrijke bodem is dus niet nodig; een schrale, goed doorlatende grond past beter bij deze plant.

Lavendel snoeien

Regelmatig snoeien helpt om lavendel compact en mooi van vorm te houden. Knip na de bloei de uitgebloeide bloemstengels weg en snoei de plant lichtjes bij. In het voorjaar, wanneer de kans op strenge vorst kleiner is, kan je de plant opnieuw in vorm brengen.

Snoei niet diep in het oude, kale hout. Lavendel loopt daar vaak moeilijk opnieuw uit. Laat daarom steeds wat jonge, groene scheuten aan de plant staan. Een jaarlijkse, voorzichtige snoeibeurt voorkomt dat de plant onderaan kaal en houterig wordt.

Welke lavendel kies je?

De meest aangeplante soort in tuinen is Lavandula angustifolia, ook wel echte lavendel genoemd. Deze soort is doorgaans goed winterhard en geschikt voor borders, lage haagjes en potten. Bekende cultivars zijn ‘Hidcote’ en ‘Munstead’.

Kuiflavendel, Lavandula stoechas, herken je aan de opvallende schutbladen bovenaan de bloemaren. Ze is minder winterhard dan echte lavendel en staat het best op een beschutte plek of in een pot die je tijdens strenge vorst kan beschermen.

Lavendel in pot

Ook op een balkon of terras kan je lavendel kweken. Kies een ruime pot met drainagegaten en zet die op een zonnige plek. Omdat potgrond sneller uitdroogt dan tuingrond, moet je bij warm weer vaker controleren of de plant water nodig heeft. Geef pas water wanneer de bovenste laag van de potgrond droog aanvoelt.

Bloemen oogsten en gebruiken

Knip de bloemstengels af wanneer de bloemen net open zijn. Hang kleine bosjes ondersteboven op een droge, luchtige plek om ze te laten drogen. De geurige bloemen kan je gebruiken in geurzakjes of als decoratie. Gebruik lavendel in bereidingen voor consumptie alleen wanneer je zeker weet dat de plant daarvoor geschikt is en niet behandeld werd met producten die niet voor voedsel bedoeld zijn.

Een sterke plant met weinig zorgen

Met een zonnige standplaats, luchtige grond en een jaarlijkse snoeibeurt blijft lavendel jarenlang een vaste waarde in de tuin. De plant brengt kleur en geur, vraagt weinig onderhoud en maakt van een zonnige plek meteen een stukje mediterrane sfeer.

 

9 Tips voor het Succesvol Kweken van Lavendel in België

  1. Zet lavendel op een zonnige plek.
  2. Kies goed doorlatende, liefst kalkrijke grond.
  3. Vermijd natte voeten en stilstaand water.
  4. Geef jonge planten regelmatig water.
  5. Geef volwassen lavendel spaarzaam water.
  6. Snoei na de bloei lichtjes terug.
  7. Snoei niet tot in het oude hout.
  8. Plant lavendel met voldoende ruimte.
  9. Bescherm potlavendel tegen strenge vorst.

Zet lavendel op een zonnige plek.

Zet lavendel op een zonnige plek, waar ze dagelijks voldoende direct zonlicht krijgt. Hoe meer zon de plant ontvangt, hoe rijker ze doorgaans bloeit en hoe sterker haar geur. Kies bij voorkeur ook een plek met goed doorlatende grond, want lavendel houdt niet van natte wortels.

Kies goed doorlatende, liefst kalkrijke grond.

Lavendel houdt van goed doorlatende, liefst kalkrijke grond. Zo kunnen overtollig water en vocht vlot weg, want natte wortels verdraagt de plant slecht. Is je tuingrond zwaar of kleiachtig, meng er dan wat grof zand of fijn grind door om de afwatering te verbeteren. Een zonnige plek met luchtige grond helpt je lavendel gezond te groeien en rijk te bloeien.

Vermijd natte voeten en stilstaand water.

Lavendel houdt niet van natte voeten. Zorg daarom voor goed doorlatende grond en een pot met drainagegaten, zodat overtollig water makkelijk kan wegvloeien. Laat de plant nooit in een schoteltje met stilstaand water staan: te veel vocht kan de wortels doen rotten en de plant verzwakken.

Geef jonge planten regelmatig water.

Geef jonge lavendelplanten regelmatig water, zeker tijdens droge periodes. Zo kunnen ze goed inwortelen en stevig groeien. Houd de grond licht vochtig, maar niet kletsnat: lavendel houdt niet van natte voeten. Zodra de plant goed is aangeslagen, kan je minder vaak water geven.

Geef volwassen lavendel spaarzaam water.

Geef volwassen lavendel spaarzaam water: eens de plant goed is ingeworteld, kan ze prima tegen droge periodes. In de volle grond is extra water meestal alleen nodig bij langdurige warmte en droogte. Geef dan liever af en toe een flinke gietbeurt dan vaak een klein beetje. Zo blijven de wortels gezond, want lavendel houdt niet van natte grond.

Snoei na de bloei lichtjes terug.

Snoei lavendel na de bloei lichtjes terug door de uitgebloeide bloemstengels weg te knippen en de plant voorzichtig in vorm te brengen. Knip enkel in het groene deel en vermijd het oude, kale hout: daar loopt lavendel vaak moeilijk opnieuw uit. Zo blijft de plant compact en verzorgd en stimuleer je een mooie groei in het volgende seizoen.

Snoei niet tot in het oude hout.

Snoei lavendel niet tot in het oude, kale hout. Daar lopen de takken vaak moeilijk opnieuw uit, waardoor de plant kaal kan blijven of zelfs afsterven. Knip daarom vooral de jonge, groene scheuten terug en laat altijd wat groen aan de takken staan. Zo blijft je lavendel compact en gezond.

Plant lavendel met voldoende ruimte.

Plant lavendel met voldoende ruimte, zodat de planten goed kunnen uitgroeien en de lucht ertussen kan circuleren. Zo drogen de bladeren sneller na regen en verklein je de kans op schimmel. Houd bij het planten ongeveer 30 tot 45 centimeter afstand tussen de planten, afhankelijk van de soort en hoe vol je de border wilt laten ogen.

Bescherm potlavendel tegen strenge vorst.

Potlavendel is gevoeliger voor strenge vorst dan lavendel in volle grond, omdat de wortels in een pot sneller afkoelen. Zet de pot tijdens koude periodes op een beschutte plek, bijvoorbeeld tegen een muur, en wikkel hem eventueel in met vliesdoek of jute. Zorg er wel voor dat overtollig water vlot kan weglopen, want natte potgrond kan de wortels beschadigen.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit exceeded. Please complete the captcha once again.